1976

Al van in de jaren '60 worden er in België in snel tempo nieuwe autowegen gebouwd.
De bouw van deze autowegen gaf een enorme boost aan het vrachtverkeer via de weg. Het begrip 'just-in-time' deed zijn intrede: vrachtwagens werden rijdende magazijnen die hun goederen precies op het afgesproken tijdstip afleverden in de fabriek.
In 1975 legden de binnenschippers gedurende meerdere weken het werk neer, vooral omdat het systeem van de toerbeurt in het gedrang dreigde te komen.
De opgang van het wegtransport, samen met de staking van de schippers, zorgden ervoor dat bedrijven steeds meer gebruik maakten van het wegtransport, en dat de trafiekcijfers van de binnenvaart vanaf dat ogenblik in dalende lijn gingen.

Vooruitlopend op de regionalisering van een aantal overheidsdiensten in de loop van de jaren '80, werd de 'Dienst der Scheepvaart – Office de la Navigation' in 1976 opgesplitst in twee afzonderlijke entiteiten.
De 'Dienst der Scheepvaart' veranderde van naam en werd 'Dienst voor de Scheepvaart' met de maatschappelijke zetel in Hasselt. De nieuwe dienst kreeg als opdracht het beheer van het Albertkanaal op Vlaams grondgebied, dat wil zeggen van Riemst tot Antwerpen, en het beheer van de Kempense kanalen.

De Franstalige dienst bleef in Luik, en verkreeg het beheer van het Albertkanaal van Luik tot Riemst.